Van vis naar aardappels (2015)

12 september 2015 Hans Rochat

 

Twee jaar lang ging het niet door vanwege blessureleed. Maar vandaag mocht ik weer aan de start staan van de 8 Engelse Mijlen van de Urkse vis naar Aardappelhoofdstad van de wereld Emmeloord.

Ik ben de enige Rochat die zich waagt aan de 8 EM. Dochters Lynn (+ boyfriend Tony), Gwen en Lara doen de halve FPR: 6,4 kilometers van groendorp Tollebeek naar Emmeloord.

Het is nog vroeg als ik al op ex-eiland Urk arriveer. In de bus zit ik naast een Amsterdamse jongen. Verbaasd vraag ik hem waarom hij naar de polder komt voor een obscuur loopje als de Fish Potato Run. “Gewoon. Omdat het leuk is”. Okay. Dat is duidelijk. We babbelen wat. Hard hardlopen doet m’n reisgenoot niet. Ver lopen wel. De 60 van Texel onder andere. Pffff, da’s pittig. Respect.

Bijkletsen

Op Urk heb ik alle tijd. Ik loop wat rond en babbel links en rechts met bekenden (en onbekenden). Ik loop wat warm. Vlak voor de start roept er iemand “Hey Turboslak” tegen me. Grappig. Het is Wouter van Urk. Ik ken hem niet, maar hij heeft gegoogled op “Fish Potato Run” en “barefoot” en toen kwam mijn slakkensite + bijbehorende tronie naar voren. Wouter loopt vandaag op Vibram Five Fingers. Zeg maar “gorilla voeten”.  Op weg naar het startvak hebben we een kort, maar leuk gesprekje over hardlopen. Enigszins beschaamd vertel ik Wouter dat ik momenteel op ASICS loop. Met demping en 5 mm toe-to-heel-drop. “Misschien ben ik wel in regressie”, excuseer ik me.

In het startvak sta ik ineens naast Marinus en Johan, twee moaties van Bastiaan uit Kampen. Bastiaan is er vandaag zelf niet bij. Die heeft andere verplichtingen. De 100 kilometer van Winschoten om precies te zijn. Wow. Da’s pas een uitdaging!

Startshot

Het is twee uur. Het startschot klinkt. Urk was een eiland. De eerste kilometers gaat het “bergaf” de polder in. En dus veel te hard. In 3:55. En 4:05. En nog een keertje 4:05. Daarna merk ik dat ik het beter ietsje langzamer aan kan doen. Het groepje met lopers van de AVNOP groep van Jaap Vlaming laat ik noodgedwongen gaan. Gemakkelijk gaat het sowieso niet. Na anderhalf jaar zonder tempoduurtraining of intervaltraining valt het lang niet mee om tegen m’n grens te lopen.

Halfweg, in Tollebeek, staat de Rochatten-clan aan de kant. Dat geeft eventjes een boost.

De kilometers van Tollebeek naar Emmeloord zijn lastig. Bijna geen mensen langs de kant. De zuidoosterwind die schuin in m’n giechel blaast maakt het niet beter. M’n linkervoet gaat intussen ook wat “bonken”, een teken dat het looptechnisch niet helemaal top gaat. Wat te doen? Gas terug en technisch beter lopen? Of bikkelen en maar kijken hoe ik over de finishlijn kom? Ik besluit tot het laatste.

FPR 2015: bijna in 0527

Bijna in Emmeloord. Foto: Miriam Boerefijn

Onvoldoende inhoud

Normaal gesproken gaat het – eenmaal aangekomen – in Emmeloord beter. Vandaag slaag ik er helaas niet in om extra reserves aan te boren. Dus het blijft ploeteren. Ik heb gewoon onvoldoende tempduur inhoud.

Na 53 minuten en 36 seconden kom ik over de finish. In principe is dat een prima tijd voor iemand die een behoorlijke tijd aan de zijlijn stond en het afgelopen jaar niks heeft gedaan dan 2 á 3 oelewapperloopjes per week. Ik bedoel, dat biedt perspectieven. Daarom: snel een trainingsschemaatje opsnorren om volgend jaar weer onder de 50 minuten te duiken.

Garmin Connect cijfers: hierzo.