De stilte van de B-weggetjes

5 augustus 2012 Turboslakkie

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik best graag onder de mensen kom. Een avondje bieren in de kroeg is aan mijn echt wel besteed. Als het daarentegen op de loopsport aankomt ben ik nogal een hardloopautist. Trainen doe ik bijna zonder uitzondering in m’n eentje.

Wellicht komt er binnenkort een einde aan m’n hardloopeenzamheid. Ik overweeg serieus om eindelijk eens lid te worden van de AV NOP, maar vooralsnog draai ik mijn rondjes nog niet in groepsverband. En als ik dan toch solo bezig ben vind ik het prettig om helemaal niemand tegen te komen. Dan moet je alleen niet op een willekeurige avond om een uur of half acht om de wijk gaan rennen. Want dan draaf je meestal in optocht over het Emmeloordse fietspad.

Het allerliefst ga ik naar het Kuinderbos. Daar komt wel veel wandel- en hondenuitlaatvolk, maar als je de moeite neemt om een paar kilometer over het ruiter / ATB-pad naar achteren te draven kom je meestal niemand meer tegen. Bovendien gaat er niks boven een partijtje rennen over de onverharde bosgrond. Het enige nadeel van hardlopen in het Kuinderbos is dat het bos niet aan m’n achtertuin grenst. Dat betekent dat ik er met de auto naar toe moet. En daar heb ik dan weer niet altijd zin in. Tja, het hardloopleven zit vol met moeilijke keuzes en lastige dilemma’s.

 

De laatste maanden heb ik een aardig alternatief ontdekt voor als ik niet in optocht wil hardlopen, maar ook geen trek heb om naar het bos te gaan: de Noordoostpolderse buitenwegen.

Voor mijn tempolopen en lange duurlopen zoek ik graag de stilte van de smalle B-weggetjes in de NOP op. De eerste paar kilometers in Emmeloord zijn voor het warmlopen. Plichtmatig brom ik ‘hoi’ en ‘hey’ naar m’n collegajoggers, totdat ik de Hannie Schaftweg oversteek en de Pilotenweg op ga. De kans dat ik dan nog hardloopvolk tegenkom is miniem.

Verleden week liep ik via de buitenweggetjes met soms exotische namen voorbij het groendorp Espel naar het IJsselmeer. Het was zondagochtend, een uur of elf. En op een gegeven moment ik hoorde helemaal niks. Geen verkeer, geen werkgeluiden, geen blerende kinderen. Er blafte nog geen hond. Het was perfect stil. Dat was een mooie gewaarwording. Eigenlijk was ik het enige element dat de stilte verstoorde met m’n ademhaling en het tak tak van m’n Merrells.

Een mooie bijkomstigheid van de buitenwegen is ook dat ze meestal een brede berm hebben waarop je prima kan hardlopen. Het is natuurlijk geen donzig bosmostapijtje, maar toch: best aangenaam in vergelijking met het harde asfalt.

Op de weg terug van die lange duurloop – ergens gedurende kilometer 24 ofzo – kwam ik over de Weg van Ongenade. Ik moet nog eens nalezen waar die straatnaam eigenlijk vandaan komt. Maar op het moment vond ik niet alsof ik in ongenade was gevallen. Integendeel, hardlopen in de lege rust en stilte van de polder voelde als een absolute zegen.

Your comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.