Op de weg van ongenade

Als de accountant haar goedkeuring geeft, dan koop ik een fiets. Een echte. Eentje met 285 versnellingen. Zo’n vederlicht ding waarmee je ook met zware storm tegen nog 50 km per uur haalt. Zoiets.

Maar zolang de accountant haar zegen nog niet heeft gegeven moet ik het doen met mijn Giant ATB. Een lomp ding met enorme tractorbanden en maar acht versnellingen, want de voorste derailleur is kaduuk.

Het gaat met fietsen dezelfde kant op als met hardlopen en zwemmen. Eerst had ik er een broertje dood aan, maar gaandeweg ben ik het steeds leuker gaan vinden.

Het is trouwens vooral na afloop dat ik fietsen leuk vind. Op deze zaterdagmiddag is het nogal heavy om de pedalen rond te krijgen. Er staat een meer dan fikse bries in de Noordoostpolder. Ik besluit om de gifbeker meteen maar leeg te drinken en vertrek -tegen de wind in- richting de groendorpen Espel en Creil. Op de Weg van Ongenade (hoe toepasselijk!) waait de wind meedogenloos hard. Gelukkig zijn de meeste boerderijen in de Noordoostpolder voorzien van een soort van minibosje. Het is prettig om in de luwte te rijden, al is het maar voor honderd meter. Zodra de wind wegvalt schakel ik enthousiast een versnelling of twee hoger. Om geschrokken naar een lichter verzet te vluchten zodra ik de bescherming van de boerderij achter me laat.

Het piept en het kraakt. Als het sporten moeizaam gaat probeer ik vooral niet te ver vooruit te kijken, bang dat ik ben om te zwelgen in zelfmedelijden bij het vooruitzicht van nog meer sportief lijden. Dan doe ik hetzelfde als bij het hardlopen: focussen op het moment. De ‘hier en nu’ ┬ámantra opzeggen totdat het beter gaat. Meestal werkt dat trucje.

Met de wind in de rug heeft een turboslak geen mantra nodig. Dan gaat het als vanzelf en het ritje kan niet lang genoeg duren. Zelfs op een ATB van 125 kilo haal ik duizelingwekkende snelheden. Ik word bijkans dizzy van de G-krachten die op m’n slakkenlijf worden losgelaten. Met ruim 30 kilometer per uur suis ik over de polderweg, terug naar Emmeloord. Ik rij over de Banterweg, maar voor the time being doop ik die om tot Laan van het Geluk.